De hernieuwbare energiesector staat op een kruispunt nu de meerjarige energieprogrammering (PPE) is bevestigd tot 2035. Deze beslissing schept duidelijkheid en biedt perspectief, maar onder de opgeluchte reacties leeft breed sociale onrust. Het risico dat de omschakeling naar meer zonne- en windenergie gepaard gaat met onzekerheid over banen en industriële toekomst, wordt vaak onderschat en groeit uit tot een drukpunt voor beleid en samenleving.
Onzekerheid overschaduwt opluchting in sector
De bevestiging van de PPE tot 2035 wordt in de sector van hernieuwbare energie als een stap vooruit gezien. Het uitblijven van een moratorium op zonne- en windenergie geeft ondernemingen en werknemers een zekere gemoedsrust. Toch heerst er nog steeds widjverig wantrouwen, vooral tegenover de haalbaarheid van de doelstellingen en het tempo waarmee de plannen gerealiseerd kunnen worden. De sector vraagt om concrete initiatieven voor de bouw van nieuwe windparken en voldoende overleg met lokale en regionale overheden om obstakels te overwinnen.
Regelgeving remt groei potentieel af
Een van de hindernissen waar tegenaan wordt gelopen, zijn de beperkende civiele en militaire luchtvaartnormen. Deze beperken op verschillende locaties de installatie van windturbines met grote capaciteit. Het beleid om vooral bestaande windparken te remotoriseren is volgens de sector onvoldoende om de ambitieuze elektrificatiedoelen te behalen. Zonder bijstelling en soepelere regelgeving dreigt de vooruitgang te vertragen.
Arbeidsmarkt voelt de druk van de energietransitie
Het sociale aspect van de energietransitie dreigt onderbelicht te blijven. Op dit moment levert de sector tussen de 80.000 en 120.000 directe banen. In het zonnesegment alleen al zijn 30 GW geïnstalleerd en 10 GW in het vergunningsproces. Toch beoordeelt een deel van de sector het doel van 40 GW zonne-energie tegen 2030 als een feitelijk moratorium, wat aanleiding geeft tot zorgen over baanbehoud. De schatting dat 30.000 tot meer dan 40.000 banen op het spel kunnen staan als de ambities worden teruggeschroefd, voedt de angst onder werknemers en vakbonden.
Sociale mobilisatie groeit
Sociale onrust groeit, zichtbaar in aangekondigde acties van werknemers in steden als Montpellier en Parijs. Deze mobilisaties zijn gericht op het onder de aandacht brengen van de sociale gevolgen van het energiebeleid en het behouden van bestaande industriële capaciteit. Het uitblijven van duidelijkheid over toekomstige investeringen voedt het gevoel van onzekerheid binnen de sector. De angsten gaan verder dan enkel economische zorgen: de structurele keuzes tussen nucleaire en hernieuwbare energievormen houden spanningen onder het oppervlak levend.
Sluimerende zorgen in een veranderende energiemarkt
Onder de zichtbare vooruitgang van de energietransitie sluimeren dus diepere maatschappelijke spanningen. De concurrentie tussen verschillende energiebronnen en de complexiteit van regelgeving maken het moeilijk om geruststellende antwoorden te bieden aan degenen van wie het werk en de toekomst op het spel staan. Terwijl beleidsmakers zoeken naar een evenwichtige koers, groeit het besef dat sociale vragen niet langer genegeerd kunnen worden.
De afronding van de routekaart voor hernieuwbare energie brengt enerzijds opluchting over voortgang, maar roept tegelijkertijd structurele sociale angsten op. Die zorgen, vaak op de achtergrond aanwezig, bepalen in groeiende mate de snelheid van de energietransitie en de stabiliteit van een sector in volle verandering.