Op een grijze januarimorgen, als de tuin vooral klinkt van druppelend water en zachte wind, staan hortensia’s er wat verloren bij: verdroogde bloemen, kale takken, een grond die koud en zwaar aanvoelt. Juist dan grijpen veel mensen naar de snoeischaar, op zoek naar een frisse start voor het nieuwe seizoen. Maar onder die sombere oppervlakte speelt iets kwetsbaars, bijna onzichtbaar. Eén verkeerd gebaar nu kan maanden later bepalen of de struiken uitbundig bloeien, of stil blijven in het voorjaar.
Een struik vol herinneringen aan de zomer
Langs een schutting in een doorsnee achtertuin staan hortensia’s nog met hun uitgebloeide bollen uit de zomer. Beige, papierachtig, soms half geknakt door regen en wind. Ze ogen rommelig, als vergeten decoratie na een feest dat al lang voorbij is.
Toch is juist daar, vlak onder die droge schermen, het nieuwe seizoen al begonnen. Bij soorten die op oud hout bloeien – zoals Hydrangea macrophylla, H. serrata, H. quercifolia en de klimmende hortensia (H. anomala) – zitten de bloemknoppen er al. Ze zijn in de nazomer gevormd, compact en dicht tegen de takken geduwd. Wie in januari rigoureus terugknipt, haalt niet alleen de oude bloemen weg, maar letterlijk de lente uit de struik.
Die misser zie je pas maanden later. Een hortensia die vooral blad maakt en nauwelijks bloemen draagt, terwijl een paar tuinen verder alles blauw, roze of wit oplicht. Dan gaat de verdenking al snel richting “slechte zomer” of “verkeerde soort”, terwijl de oorzaak vaak terug te voeren is op een ijverige snoeibeurt in de winter.
Oud hout, nieuw hout: het onzichtbare onderscheid
In januari lijkt elke hortensia hetzelfde: bruine takken, hier en daar wat oude bloei. Maar onder dat uniforme beeld schuilt een belangrijk verschil. Sommige struiken dragen hun bloemen op takken van vorig jaar, andere juist op de nieuwe scheuten die straks in het voorjaar uitlopen.
Bij de soorten op oud hout staan de knoppen al klaar. Elke knop die nu wordt afgeknipt, is een potentiële bloem minder. Dat betekent dat snoeien in januari bij deze hortensia’s zelden een goed idee is, behalve om echt dode of zieke takken weg te halen.
Heel anders gedragen de hortensia’s op nieuw hout, zoals Hydrangea paniculata en Hydrangea arborescens (met rassen als ‘Annabelle’). Die maken hun bloemen op de scheuten die komende lente pas ontstaan. Een stevige snoei verdraagt deze groep beter, en kan zelfs helpen om grotere of talrijkere bloempluimen te krijgen. Maar zelfs bij deze soorten heeft januari zijn grenzen. Strenge vorst, doorweekte grond en jonge planten vragen om terughoudendheid. Een zware snoei kan beter wachten tot het einde van de winter of het begin van maart, vlak voor het groeiseizoen start.
Zo wordt een ogenschijnlijk technische nuance – oud hout versus nieuw hout – ineens heel praktisch. Het bepaalt of de snoeischaar in januari in de schuur blijft, of met beleid gebruikt wordt.
De verleiding van de snoeischaar
Het beeld is herkenbaar: een vrije zaterdag, frisse lucht, de tuin die om “opruimen” vraagt. Oude bloemen wegsnijden geeft direct voldoening. De struik oogt schoner, strakker, alsof het seizoen alvast is rechtgetrokken.
Maar de hortensia is geen struik die van winterdrama houdt. In januari is het beter om de drang tot grote ingrepen te wantrouwen. Bij alle soorten kun je veilig dode, zieke of gebroken takken verwijderen. Takken die duidelijk geen leven meer tonen, of door wind zijn gescheurd, mogen weg. Knip dan net boven een stevige, gezonde knop, zodat de plant daar straks opnieuw kan uitlopen.
Bij de soorten op oud hout laat je de meeste oude bloeiwijzen beter zitten. Die dorre bloemen werken als een kleine, natuurlijke paraplu boven de knoppen eronder. Ze breken de wind, temperen de kou en houden de ergste nattigheid weg. Minder mooi voor het oog, maar nuttig voor de bloei. Alleen de schermen die echt dreigen af te breken, bijvoorbeeld onder sneeuwlast, kun je voorzichtig wegnemen.
Voor hortensia’s die op nieuw hout bloeien, kun je al vooruitdenken aan een zwaardere snoei. Maar januari is eerder de maand om te kijken dan om te knippen. Je ziet welke takken ouder en houtiger zijn, welke slapper groeien, welke richting de struik uitgroeit. De daadwerkelijke verjongingssnoei – waarbij bij volwassen planten ongeveer een derde tot de helft van de oude takken wordt verwijderd – volgt beter pas aan het eind van de winter, als de ergste vorst voorbij is.
Onder de grond gebeurt het echte werk
Loop op een koude dag langs een border met hortensia’s en duw je schoen zacht in de aarde. Vaak voel je hoe de bovenlaag zompig is, bijna sponsachtig, en daaronder koud en compact. Precies in die onrustige zone zitten de wortels van de hortensia’s.
De wortels van deze struiken groeien opvallend oppervlakkig. Dat maakt ze gevoelig voor vorst, maar ook voor water dat te lang blijft staan. Wanneer natte wintergrond vervolgens bevriest, kunnen wortels beschadigen of zelfs gaan rotten. Een plant die op het oog nog stevig in de grond staat, kan van binnen al verzwakt zijn, met alle gevolgen voor de bloei en de groeikracht in het voorjaar.
Daarom verschuift in januari de aandacht van de takken naar de voet van de plant. Het belangrijkste gebaar is niet snoeien, maar beschermen. Een goed aangebracht winterdek rond de wortelzone kan het verschil maken tussen een hortensia die sterk uitloopt, en een struik die zich moeizaam herstelt.
Het vergeten winterritueel: mulchen
Tussen bladblazers, snoeischaren en kruiwagens door is er een eenvoudiger, vaak onderschatte handeling: mulchen. Rond elke hortensia kun je in januari een beschermende laag aanbrengen van organisch materiaal. Stro, gevallen bladeren of goed verteerde compost vormen samen een soort winterdeken.
Een laag van ongeveer 5 tot 8 centimeter is meestal voldoende. Belangrijk is dat je zo’n 5 centimeter rondom de stamvoet vrijlaat, zodat er geen vocht blijft hangen tegen het hout. De mulch houdt de temperatuur rond de wortels stabieler, voorkomt dat regen zich in plassen verzamelt en remt onkruidgroei af.
Wie net de kerstboom de deur uit heeft gedaan, heeft bovendien een ideaal materiaal in handen. Versnipperde naaldbomen – vooral coniferen – leveren een fijne, lichtzure mulch. Precies het soort bedekking waar hortensia’s en andere zuurminnende planten goed op reageren. De geur van hars verdwijnt snel; wat blijft is een luchtige laag die langzaam verteert en de bodemstructuur verbetert.
Door de mulch blijft de grond onder de struiken minder snel uitdrogen als er in februari of maart een paar zonnige dagen opduiken. Ook dat scheelt stress voor de plant, juist op het moment dat de eerste knoppen beginnen te zwellen.
Wat je in januari wél mag knippen
Tussen alle waarschuwingen door blijft er in januari toch wat ruimte om gericht in te grijpen. Er zijn drie soorten takken die zonder veel risico weggehaald kunnen worden.
Ten eerste de dode takken: hout dat dof, bros en vaak donker is. Als je er licht aan krast met een nagel en er verschijnt geen groen, dan kun je die stukjes rustig verwijderen. Ten tweede de duidelijk zieke of aangetaste takken, met schimmelplekken of beschadigingen. En ten derde de echt gebroken takken, die door wind of sneeuw inknikken en verder alleen maar kunnen inscheuren.
Ook hier is het snoeipunt belangrijk. Knip net boven een gezonde, goed gevormde knop, niet lukraak halverwege een tak. Zo geef je de struik een duidelijke plek om opnieuw uit te lopen en voorkom je dat er stompjes achterblijven die kunnen gaan rotten.
Waar je in januari beter van afblijft, zijn jonge planten die nog bezig zijn zich te vestigen. Een zware snoei op een net geplante hortensia kost meer energie dan de struik zich kan permitteren. Ook snijden bij strenge vorst is geen goed idee: het hout is dan kwetsbaarder, de wonden genezen trager en het risico op schade is groter.
Januari als voorbereidende maand
Wie hortensia’s in januari bekijkt alsof het al bijna lente is, komt al snel in de verleiding te veel te doen. Maar deze maand is eerder een stille tussenfase. De plant staat niet stil, al zie je dat vooral ondergronds en in de knoppen. De tuinier hoeft die beweging niet te versnellen.
De sleutel ligt in drie eenvoudige stappen: wortels beschermen met een passende mulchlaag, alleen selectief snoeien waar schade of ziekte zichtbaar is, en het snoeitijdstip afstemmen op het type hortensia. Meer is nu niet nodig, en vaak zelfs schadelijk.
Oud hout laat je grotendeels met rust, met de uitgebloeide schermen als natuurlijke bescherming. Nieuw hout krijgt later zijn grote beurt, als de dagen langer worden en de ergste kou geweken is. Intussen ligt de nadruk op rust en bescherming, niet op drastische vernieuwing.
Een stille belofte onder dorre bloemen
Als in april of mei de eerste hortensiaknoppen openbreken, oogt dat moeiteloos. Een struik vol kleur lijkt simpelweg “opgestaan” uit de winter. Toch is die uitbundige bloei het resultaat van keuzes die maanden eerder zijn gemaakt, op een kille ochtend tussen natte aarde en dorre pluimen.
Januari blijkt dan geen maand van grote daden, maar van kleine, gerichte gebaren: de snoeischaar op het juiste moment laten liggen, een laag mulch aanschuiven, het verschil tussen oud hout en nieuw hout erkennen. De hortensia vraagt in deze periode vooral om bescherming en geduld. Wie dat toelaat, krijgt er doorgaans een voorjaarsborder voor terug die zonder woorden laat zien dat terughoudendheid soms meer oplevert dan ingrijpen.