Vroege ochtendlucht hangt stil boven besneeuwde toppen, terwijl in Kathmandu groepen expeditiegangers hun uitrusting schikken. De stilte van de Himalaya contrasteert met het gestage rumoer in de Nepalese hoofdstad. Een nieuwe wending in de regels rond de hoogste berg ter wereld, de Mount Everest, werpt vragen op over balans en behoud voor wie omhoog kijkt.
Een vergunning die niet langer vanzelfsprekend is
De prijs van een Everest-klimvergunning stijgt binnenkort fors. Waar sommige klimmers gewend waren aan een toegankelijke uitdaging, vraagt de Nepalese overheid vanaf september 2025 tot 15.000 dollar per poging in het voorjaar. In andere seizoenen hangt een ander prijskaartje aan de droom: 7.500 dollar in de herfst, en 3.750 dollar voor de rest van het jaar. Voor inwoners van Nepal verandert het tarief ook, maar blijft het lager: zo’n 1.046 euro.
Het doel is helder: de toestroom beperken, na recordaantallen en rijen van kleurige jassen tegen de rotswanden. In mei 2023 werden bijna vijfhonderd vergunningen uitgegeven, een ongekende drukte op de smalle paden richting het dak van de wereld.
Minder tijd, strengere regels
De regels stoppen niet bij de prijs. De duur van een klimvergunning wordt korter: 55 dagen in plaats van de vroegere 75. Dit dwingt expeditieteams sneller en efficiënter te werken. Het dagelijkse ritme op de berg, van het opzetten van tenten tot het klauteren over kampranden, krijgt een andere cadans.
De Nepalese overheid grijpt ook in op logistiek. Helikoptervluchten zijn niet meer toegestaan vanwege hun invloed op het kwetsbare milieu. Zelfs afval, inclusief menselijke uitwerpselen, moet volledig mee terug naar beneden. De hoge berg wordt niet langer gezien als slechts een sportieve uitdaging, maar als een bron die bescherming behoeft.
Respect voor tradities en risico’s voor de sherpa’s
Voor veel Tibetanen en Nepalezen is de Everest meer dan een sportieve prestatie: het is de heilige moederberg. Hier gelden oude tradities, verweven met strengere moderne regels. Voor iedere twee klimmers is een gids verplicht—meestal een sherpa, die met touwlussen en klimijzers de route vrijmaakt.
De overheid eist vanaf nu een verzekering voor iedere gids, te betalen door de expeditie. Per tocht gaat het om zo’n 2 miljoen roepies, beduidend meer dan voorheen. Dat lijkt veel, maar sherpa’s nemen grote risico’s terwijl ze vaak maar één expeditie per jaar kunnen doen. Zo stelt de overheid niet alleen het milieu, maar ook de mensen centraal in haar beleid.
De berg als schaarse hulpbron
Recorddrift in de klimsport heeft de berg kwetsbaarder gemaakt. “De Everest verdient rust na overmatige beklimmingen,” klinkt het in Nepalese kringen. De overheid voert langzaam een plafond in voor het aantal vergunningen. Duurzaamheid, niet massatoerisme, wordt de kern van het Everestbeleid.
Het beeld van klimtouwen hangend langs kale rotspartijen blijft, maar achter de schermen verandert het ritme van de uitdaging. Toegang tot de top wordt niet langer bepaald door ambitie alleen—ook door respect voor beperkingen.
De veranderingen rondom de Everest laten zien hoe natuur en economie samenkomen in een kwetsbaar evenwicht. Scherpe wetten en hogere prijzen maken duidelijk dat zo’n mythische berg niet grenzeloos beschikbaar is. In de schaduw van de imposante toppen groeit het besef dat de berg niet alleen geklommen mag worden, maar ook beschermd.