De kristallen stilte in het laboratorium wordt slechts doorbroken door het geruis van koelsystemen. Achter het dikke glas houdt een wetenschapper nauwlettend een minuscule wolk in de gaten, gevangen door licht in een perfecte leegte. Alles draait hier om het vasthouden van het ontastbare, een toestand die normaal gesproken al vervliegt voordat men er erg in heeft.
Een Kwantumkat die niet verdwenen is
In een ongewoon stille ruimte, omsloten door lagen isolatie, zweven 10.000 ytterbiumatomen bijna moeiteloos in een gevangen veld van laserlicht. Het zijn geen gewone atomen. Ze bevinden zich in een superpositie: een fragiel moment waarop ze tegelijkertijd in tegengestelde toestanden bestaan. Het is het soort idee dat onze dagelijkse logica tart, zoals de beroemde metafoor van Schrödingers kat – levend én dood, totdat iemand kijkt.
Superpositie is normaal gezien een zeldzaam en vluchtig verschijnsel. Het contact met de buitenwereld, een kleine trilling of een voorbijgaand magnetisch veld maken er snel een einde aan. Maar hier, onder laboratoriumcondities die grenzen aan het absolute nulpunt, werd het onvoorstelbare bereikt. De superpositie hield stand. Minuut na minuut, seconden die zich aaneenrijgen tot een record: 1.400 seconden, bijna een half uur waarin de wet van de gewoonte werd doorbroken.
Het Gevecht tegen Decoherentie
Bij het minste spoor van verstoring storten superposities doorgaans in. Waarnemen betekent het verlies van het wonder: de kat kiest een kant, de magie van het kwantum vervliegt. Onderzoekers werken al jaren aan methoden om deze fragiele balans te beschermen. Isolatie. Perfect vacuüm. Volledige stilte, zelfs op het niveau van moleculaire trillingen.
Voor kwantumcomputers is dit geen abstract probleem. Qubits, de bouwstenen daarvan, moeten juist zo lang mogelijk in superpositie blijven. Alleen dan kunnen ze hun volle potentieel benutten ― rekenen in parallelle werkelijkheden, antwoorden vinden die anders onvoorstelbaar ver weg liggen. Een langere superpositietijd betekent méér kracht en precisie. Elke seconde gewonnen is een sprong vooruit richting bruikbare technologie.
Achter het Raam van het Laboratorium
De prestatie blijft binnen de muren van het laboratorium: het extreme koelen, het onwrikbare vacuüm, het beschermd zijn tegen elke verstoring. Voorbij de glazen ruit begint weer de gewone wereld, waar katten zich niet opsplitsen en waar tegelijk-zijn niet bestaat. Toch schuift de grens van wat wij voor mogelijk houden op. Elk experiment rekt de rekbaarheid van onze werkelijkheid iets verder uit.
Of men dit ooit buiten het laboratorium kan evenaren? Nog niet, tenminste. Misschien leiden andere atoomsoorten ooit tot nog langere tijden van superpositie. Misschien valt elders in de natuur een nog stabieler kwantumkat te ontwaren. Voor nu is het een beeld dat vooral blijft plakken: een wolk atomen, schijnbaar zwevend, gevangen in zowel het bekende als het onbekende.
Nog niet uitgedroomd
Dit soort resultaten doet de grens tussen wetenschap en verbeelding vervagen. Hoe langer superpositie doorstaat, hoe meer mogelijkheden lonken. Technologie lijkt heel even de natuurwetten op te rekken. De verworven tijd, die 1.400 seconden waarin twee waarheden naast elkaar mochten bestaan, getuigt van toewijding en nieuwsgierigheid. Wat tot voor kort absurd leek, wordt tastbaar – al blijft het alleen achter dik glas zichtbaar, in een koud en stil laboratorium.