Schaamte, vaak onderschat, veroorzaakt nog steeds onzichtbare schade aan onze mentale gezondheid
© Yesc.nl - Schaamte, vaak onderschat, veroorzaakt nog steeds onzichtbare schade aan onze mentale gezondheid

Schaamte, vaak onderschat, veroorzaakt nog steeds onzichtbare schade aan onze mentale gezondheid

User avatar placeholder
- 03/02/2026

In een overvolle trein, op weg naar het werk, staart iemand verstrooid naar het raam. Oortjes in, blik naar buiten, kaak net iets te strak gespannen. Niemand ziet dat zijn hart sneller klopt dan het ritme van de rails. Hij haalt diep adem, slikte vannacht een aanval van paniek weg, lachte vanochtend alles weg met een grap. Aan de buitenkant lijkt niets mis. Vanbinnen schuurt iets hardnekkigs: een stille schaamte die hem al maanden tegenhoudt om écht om hulp te vragen.

De glimlach die alles verbergt

In wachtruimtes, in vergaderzalen, aan keukentafels: overal duikt hetzelfde toneel op. Mensen die “gaat wel hoor” antwoorden, terwijl ze intussen slecht slapen, zich leeg voelen of elke dag bang zijn om het niet vol te houden. De stem in hun hoofd fluistert dat ze zich niet zo moeten aanstellen, dat anderen het zwaarder hebben, dat zij gewoon sterker moeten zijn.

Die stem is niet neutraal. Ze is doordrenkt van jarenlange beelden en opmerkingen over wat “normaal” is. Schaamte nestelt zich als een onzichtbare muur in de geest. Niet spectaculair, niet luid, maar taai. Ze overtuigt mensen ervan dat hun lijden verborgen moet blijven, alsof het iets is om zich voor te verontschuldigen.

Als zwijgen meer pijn doet dan de stoornis

In gesprekken met hulpverleners duikt steeds opnieuw hetzelfde patroon op: mensen wachten lang, vaak té lang, voor ze een telefoonnummer draaien of een afspraak maken. Niet omdat de symptomen nog mild zijn, maar omdat de angst voor het oordeel zwaarder weegt dan de angst voor de klachten zelf. De stap door de deur van een praktijk voelt voor velen nog als een grens overschrijden.

Dat uitstel heeft gevolgen. Stilte verergert psychische stoornissen; klachten die in een vroeg stadium goed te behandelen zijn, worden met de tijd complexer en hardnekkiger. Depressieve gevoelens verdiepen zich, angst zet zich vast in het lichaam, eet- of slaapstoornissen raken ingesleten in het dagelijks leven. De schaduw van het lijden wordt langer, juist doordat er zo lang niets wordt gezegd.

Een recht dat nog altijd wankel staat

Dat het jaarthema van de Wereldgezondheidsorganisatie draait rond “mentale gezondheid en mensenrechten” is geen toeval. Over de hele wereld worden mensen met psychische kwetsbaarheden geconfronteerd met achterstelling, scheve blikken, en een ongelijk parcours naar zorg. Niet alleen ergens ver weg, maar ook dicht bij huis.

De toegang tot betaalbare, kwalitatieve hulp is voor velen beperkt. Vooral wie al kwetsbaar is – financieel, sociaal of door een opeenstapeling van tegenslagen – botst snel op wachtlijsten, tarieven, of een gebrek aan informatie. Mentale gezondheid mag op papier een mensenrecht zijn, in de praktijk voelt het nog vaak als een voorrecht. De boodschap die zo onbewust wordt doorgegeven: jouw innerlijke lijden telt minder mee dan een gebroken arm.

De stille jaren tussen eerste klachten en hulp

Achter cijfers over depressie, angst of trauma gaan vaak jaren van uitstel schuil. Niet omdat mensen niet voelen dat er iets mis is, maar omdat ze liever alle energie steken in het verbergen. Een extra laag make-up, een geforceerde grap, elke dag opnieuw “druk druk druk” zeggen als iemand informeert hoe het gaat.

Onder dat sociale masker groeit een vicieuze cirkel. Hoe zwaarder de klachten, hoe groter de schaamte om ze te benoemen. Hoe langer iemand wacht, hoe meer hij of zij vreest dat anderen zullen denken: “Waarom nu pas?” Schaamte en sociale angst worden zo tot een eigen soort stoornis: onzichtbaar voor buitenstaanders, maar allesbepalend in het leven van wie ermee rondloopt.

Jong zijn en toch al uitgeput

Op campussen, in studentenhuizen, op perrons waar jongeren met rugzak en koffie-to-go staan te wachten, is het beeld minder zorgeloos dan het lijkt. Onderzoek toont dat een aanzienlijk deel van de 15‑ tot 25‑jarigen depressieve symptomen ervaart. Toch vallen de meeste van hen niet uit de toon in de menigte. Ze halen toetsen, maken selfies, gaan naar feestjes.

Velen zwijgen, vooral uit angst om als zwak gezien te worden. In een levensfase waarin identiteit nog in opbouw is, voelt “kwetsbaar” al snel als een etiket dat blijft plakken. Sociale media versterken die druk. Tussen gepolijste beelden van succes en geluk worden klachten al snel afgezet tegen een denkbeeldige norm. Wie worstelt, concludeert: het ligt aan mij. Nog meer reden om te zwijgen.

De dubbelzinnige spiegel van sociale media

Online groeit tegelijk een ander fenomeen. Tussen de perfect gestileerde foto’s duiken posts op over burn-out, angst, therapie. Voor sommige jongeren en volwassenen wordt dat een eerste, voorzichtige uitlaatklep. Het idee dat anderen ook worstelen, kan rust geven. Likes op een kwetsbare post voelen als een vorm van erkenning die offline soms ontbreekt.

Maar dezelfde platforms kunnen meedogenloos zijn. Onder een bericht over paniekaanvallen verschijnen al snel reacties die minimaliseren of ridiculiseren. De grens tussen steun en veroordeling is dun. Vergelijken wordt een reflex: wie heeft het zwaarder, wie pakt het “beter” aan? Ook daar kruipt schaamte tussen de pixels, fluisterend dat je ofwel overdrijft, ofwel niet genoeg vecht.

Op kantoor: problemen inpakken in een colbert

In kantoren met systeemplafonds en teams-meetings speelt een ander theaterstuk. Werknemers die de ene deadline na de andere halen, maar ’s avonds volledig leeg thuiskomen. De kalender staat vol afspraken, de mailbox loopt over. Toch zien collega’s vaak alleen iemand die “goed bezig” is.

De angst om het label “kwetsbaar” te krijgen weegt zwaar. Wie toegeeft aan stress, slaaptekort of paniekaanvallen, vreest dat dit wordt onthouden bij evaluaties, promoties, tijdelijke contracten. Stigmatisering op het werk is zelden openlijk, maar wel voelbaar. Flarden van opmerkingen – “hij kan weinig aan”, “zij is snel emotioneel” – zijn genoeg om mensen hun pijn te laten verpakken in glimlach en efficiëntie.

Ondertussen stijgen signalen van chronische stress, burn-out en werkgerelateerde angst. Zonder duidelijke institutionele erkenning slepen werknemers een dubbele last: ze lijden én zijn bang voor de gevolgen van dat lijden op hun loopbaan. Preventie blijft steken in brochures en losse workshops, terwijl de echte gesprekken uit de weg worden gegaan.

De kracht en het gewicht van één verhaal

In persoonlijke getuigenissen valt op hoe sterk de rol van stilte is. Mensen vertellen hoe ze maanden of jaren lang paniekaanvallen, sombere gedachten of eetbuien verborgen. Hoe ze afspraken afzegden met vage excuses, hoe ze op het toilet zaten uit te hijgen en daarna weer “gewoon” deden in de groep.

Eén verhaal keert in verschillende varianten terug: pas in een moment van ultieme uitputting wordt hulp gezocht. Dan is het lichaam op, de geest uitgeput, de omgeving ongerust. Hulpverleners horen dan vaak dezelfde zin: “Had ik maar eerder durven komen.” Veel van de schade had kunnen worden beperkt met een vroegere interventie. Niet spectaculair, geen wondermiddel, maar stap voor stap, met minder breuken onderweg.

Die verhalen maken iets pijnlijk duidelijk: vaak is niet de stoornis zelf, maar de schaamte errond het zwaarst. De angst om niet meer “normaal” te zijn. Om vrienden kwijt te raken, collega’s teleur te stellen, ouders bang te maken. Schaamte verlengt de schaduw van het lijden, alsof er bovenop de pijn nog een laag schuld wordt gelegd.

Waarom dat oordeel zo hardnekkig blijft

Ondanks campagnes en aandacht in de media hangen rond psychische problemen nog altijd hardnekkige associaties. Zwakte. Onvoorspelbaarheid. Gevaar. Het zijn beelden die wortelen in oude verhalen, maar ook in hedendaagse voorstellingen waarin wie “doordraait” een karikatuur wordt.

Die clichés sijpelen in het dagelijkse taalgebruik. Iemand die zenuwachtig is, wordt “gek” genoemd. Iemand die huilt, moet zich “herpakken”. Een collega die overspannen is, “kon het niet aan”. Onbedoeld worden zo oude patronen gevoed. Wie zelf worstelt, neemt die woorden mee naar binnen. Schaamte zet zich vast als een spiegel waarin alleen tekortkomingen zichtbaar zijn.

Wat er nodig is om de muur te laten scheuren

Mensen die professioneel met mentale gezondheid werken, hameren al jaren op hetzelfde: de last mag niet alleen bij individuen liggen. Een cultuur die enkel prestaties en zelfredzaamheid waardeert, zorgt bijna automatisch voor extra schaamte bij wie struikelt. Normaliseren van gesprekken over angst, somberheid of stress is geen modieuze slogan, maar een voorwaarde om schade te beperken.

Dat betekent dat ook scholen, werkgevers en beleidsmakers een rol spelen. Een leidinggevende die oprecht kan zeggen dat hij of zij zelf ooit vastliep, doorbreekt een patroon. Opleidingen voor managers, duidelijke afspraken op de werkvloer, ruimte voor vertrouwelijke gesprekken: het zijn kleine mechanismen die samen veel gewicht hebben. Niet elke scheur in de muur zal meteen zichtbaar zijn, maar het fundament verschuift.

Betrouwbare informatie over psychische stoornissen helpt om desinformatie en angstbeelden te verdringen. Getuigenissen – in de media, op het werk, in de eigen familie – zetten andere verhalen naast de karikaturen. Ze tonen dat herstel mogelijk is, dat kwetsbaarheid en kracht elkaar niet uitsluiten. Zo wordt het minder riskant om te zeggen: “Het gaat niet”.

Een recht om te lijden zonder schaamte

Mentale gezondheid is meer dan een individueel project. Het raakt aan de manier waarop een samenleving naar menselijkheid kijkt. Het recht om toegang te hebben tot zorg, om serieus genomen te worden, om niet gereduceerd te worden tot een diagnose, hoort daar onlosmakelijk bij. Maar ook het recht om te lijden zonder dat er een laag schaamte overheen wordt gelegd.

Zolang schaamte als een onzichtbare muur tussen mensen en hulp blijft staan, zullen veel problemen pas aan het licht komen wanneer de schade al groot is. De evolutie gaat traag vooruit, met meer openheid en betere kennis dan enkele decennia geleden. Toch blijft het verschil tussen wat we publiek zeggen – “praten helpt” – en wat mensen in de praktijk durven, opvallend groot.

Daar, in die kloof tussen discours en dagelijks leven, werkt schaamte als een stil gif. Niet luid, niet spectaculair, maar gestaag. Elke keer dat iemand zijn mond houdt uit angst voor een oordeel, verlengt ze de duur en de zwaarte van het lijden. Hoe beter we dat mechanisme herkennen, hoe duidelijker wordt dat mentale gezondheid geen luxe is, maar een volwaardig recht dat bescherming én erkenning vraagt.

Image placeholder

Met 47 jaar ervaring in journalistiek, deel ik graag praktische tips en culturele inzichten die het dagelijks leven verrijken.

Plaats een reactie