Op sommige vluchten naar de Zwarte Zee kijken reizigers gedachteloos naar beneden, waar velden en steden in zachte patronen onder de vleugels schuiven. Weinig mensen vermoeden dat hier ooit één onafgebroken watervlakte lag, groter dan de Middellandse Zee, die zich uitstrekte tot ver voorbij de horizon. Tussen Alpentoppen en verre steppen lag een stille kolos: de verdwenen zee Paratéthys. Haar einde was geen enkele vloedgolf, geen mythische ramp, maar een reeks langzame klappen die het landschap én het leven voorgoed herschikten.
Een schaduwzee onder bekende landschappen
Langs snelwegen in Oost-Europa rijgen vlaktes, lage heuvels en verre bergketens zich aaneen. Voorbijrazende auto’s, bedrijventerreinen, akkers vol graan. De lijnen in het landschap lijken willekeurig, maar voor geologen tekenen ze de oude kusten van een verdwenen binnenzee.
Die zee, de Paratéthys, ontstond in het Oligoceen, toen de opheffing van de Alpen, Carpaten, Dinariden, Taurus en Elboers een deel van de oceaan Téthys afsneed. Wat achterbleef was geen gewoon meer, maar een uitgestrekte waterwereld van de Alpen tot diep in het huidige Kazachstan. Met een oppervlak groter dan de Middellandse Zee en een watervolume dat meer dan tien keer alle huidige meren samen overtrof, functioneerde ze als een eigen planeet-in-het-klein, ingesloten tussen bergbogen.
Een afgesloten wereld met een eigen leven
Geïsoleerd van de open oceaan ontwikkelde de Paratéthys een bijna gesloten monocultuur. De zee had eigen stromingen, eigen chemie, eigen bewoners. Wat erin leefde, leek op bekende zeedieren, maar dan in een verkleinde, aangepaste versie.
In dit ingesloten bekken zwommen miniwalvissen en kleine zeehonden die nooit de hoge golven van een oceaan zagen. Een van hen, Cetotherium riabinini, was nauwelijks drie meter lang. De kleinste walvis die men kent uit het fossielenarchief, aangepast aan ondieper, beperkter water. Rond hen zweefden talloze eencellige algen en andere microscopische organismen, de onzichtbare motoren van dit ecosysteem.
Omdat de zee afgesloten was, versterkte elke verandering zich. Verplaatsing van rivieren, langzaam stijgende bergen, schommelingen in temperatuur: alles werkte door in dit ene, grote bassin. De Paratéthys leefde op het ritme van de aarde, maar zonder de ontsnappingsroutes van een open oceaan.
Vier klappen in vijf miljoen jaar
Tussen ongeveer twaalf en zeven miljoen jaar geleden begon de zee te krimpen. Niet één keer, maar herhaaldelijk. Vier grote klimaatschommelingen volgden elkaar op binnen zo’n vijf miljoen jaar. Periodes van droogte, veranderende neerslagpatronen, verschuivende riviernetwerken: samen trokken ze langzaam de stekker uit deze binnenzee.
De meest drastische ineenstorting vond plaats tussen 7,9 en 7,65 miljoen jaar geleden. In relatief korte geologische tijd zakte het waterpeil met ongeveer 250 meter. Ongeveer een derde van het water bleef over, twee derde van de oppervlakte verdween. Waar eerder een uitgestrekte zee lag, kwamen moddervlakten en kale bodems bloot te liggen, later bedekt met sediment, stof en, uiteindelijk, vegetatie.
In het centrale bekken – ruwweg waar nu de Zwarte Zee ligt – steeg het zoutgehalte scherp. Water verdampte sneller dan het werd aangevuld, opgelost zout bleef achter. Voor veel soorten werd de zee tegelijk kleiner, warmer en zouter. Voor een afgesloten ecosysteem was dat een fatale combinatie.
Uitsterven in stil water
In die krimpende wereld werden de marges smaller. Miniwalvissen verloren leefgebied, voedselketens brokkelden af, algen verdwenen in massa. Een groot deel van de mariene fauna van de Paratéthys haalde het einde van deze episode niet.
Fossielen laten zien hoe kleine walvissen, zeehonden en talloze eencellige algen plots uit de geologische lagen verdwijnen. Geen enkele vloedgolf heeft hen verzwolgen, maar langzaam veranderende condities hebben hun ecosysteem onherkenbaar gemaakt. Minder ruimte, meer zout, andere temperaturen; elk van die factoren duwde soorten naar een grens waar ze niet meer overheen konden.
Toch was dit geen stil einde. Terwijl het ene leven stierf, ontstond langzaam ruimte voor ander leven. Op de drooggevallen oevers, waar klei en zand nog vochtig glommen, zette de transformatie zich door.
Waar zee verdwijnt, ontstaan steppen
Wat ooit een binnenzee was, veranderde geleidelijk in een mozaïek van landhabitats. De siltige bodems die miljoenen jaren onder water hadden gelegen, waren rijk aan mineralen. Wanneer ze droogvielen en planten er wortel schoten, ontstonden vruchtbare graslanden en open landschappen.
In het noorden van de voormalige Paratéthys wijzen fossielen op de aanwezigheid van voorouders van schapen en geiten, samen met vroege antilopes. Ze trokken door nieuwe valleien, over jonge plateaus en langs rivierlopen die ooit zeearmen waren. Meer naar het zuiden, in het huidige westen van Iran, doken voorouders van giraffen en olifanten op in dit veranderende decor.
De zee verdween niet in één vloeiende beweging. Tussen 8,75 en 6,25 miljoen jaar geleden wisselden natte en droge fasen elkaar af, met meerdere lange periodes van droogte. Telkens wanneer het water zich terugtrok, werden landbruggen gevormd. Diersoorten volgden gras en water en trokken zuidwestwaarts, richting Afrika. Oude kusten werden migratieroutes, eilanden werden doorgangen.
Een verborgen uitlaat naar de Middellandse Zee
Het definitieve einde van de Paratéthys kwam niet met één dramatisch moment aan de oppervlakte, maar met een relatief stille gebeurtenis in het landschap: de vorming van een uitlaat. Aan de zuidwestelijke rand begon erosie in te werken op een zwakke plek in de kustlijn van het bekken.
Tussen 6,9 en 6,7 miljoen jaar geleden sneed water daar een afvoerkanaal uit. Een korte rivier vond haar weg naar een lager gelegen bekken: de voorloper van de Middellandse Zee. De enorme binnenzee, al verzwakt door eeuwen van krimp en verdamping, kreeg eindelijk een afvoer. Naarmate de stroming zich insneed, stroomde steeds meer water weg.
Vandaag vermoedt men dat deze verzonken uitlaat onder de huidige Egeïsche Zee ligt, verborgen onder lagen sediment en modern zeewater. Wat toen een ruige riviermonding was, is nu een rustig, druk bevaren zeegebied. De geologische littekens zitten verstopt in de zeebodem.
De erfenis in bodem en reliëf
Wie door de vlaktes rond de Zwarte Zee reist, over de hoogvlakten van Roemenië of de brede steppen verder naar het oosten, ziet vooral landbouwgrond, steden en infrastructuur. Maar veel van die vlaktes, plateaus en randen van bergketens zijn eigenlijk de oude marges van de Paratéthys, de randen van een vergeten bassin.
Miljoenen jaren van sedimentatie op de zeebodem hebben bodems gevormd die later, na het droogvallen, bijzonder vruchtbaar bleken. Toen de mens veel later zijn eerste landbouwersgemeenschappen vormde, boden juist deze bodems een gunstige basis voor akkerbouw. De geschiedenis van graanvelden en dorpen is zo indirect verweven met een zee die lang daarvoor al verdwenen was.
De geomorfologie van de regio – brede laagtes, scherpe plateauranden, boogvormige bergketens – vertelt nog steeds het verhaal van een ingesloten binnenzee. Het zijn de contouren van een waterlichaam dat er niet meer is, maar dat nog altijd de loop van rivieren, de ligging van steden en de verspreiding van ecosystemen beïnvloedt.
Corridors, barrières en een andere biodiversiteit
Met het verdwijnen van de Paratéthys veranderde niet alleen het landschap, maar ook de manier waarop dieren zich konden verplaatsen. Waar water ooit een onoverbrugbare grens vormde, ontstonden ecologische corridors van steppen en graslanden. Tegelijk werden nieuwe barrières opgeworpen, zoals droge hoogvlaktes en bergketens die uitstaken uit het opgedroogde bekken.
Dieren pasten zich aan de nieuwe omstandigheden aan. Soorten die ooit langs vochtige oevers leefden, moesten leren omgaan met droge, open habitats. Sommige aquatische soorten trokken zich terug in resterende meren en zeeën, andere namen, in de loop van vele generaties, een meer terrestrische levenswijze aan. De biodiversiteit in de regio kreeg een ander karakter, gekenmerkt door aanpassingen aan semi-aride en aride omstandigheden: dieren en planten die zuinig omgaan met water, die open terrein verkiezen boven dicht woud.
Zo ontstond een fauna die in haar samenstelling en strategieën verschilt van die in veel andere voormalige zeeregio’s. De lijnen die migraties volgden, werden bepaald door oude kustlijnen, ondiepe doorgangen en nieuwe valleien. Wat ooit een uniforme waterwereld was, werd een gefragmenteerd, maar dynamisch netwerk van leefgebieden.
Een verdwenen zee als spiegel voor grote ecosystemen
Vandaag is de Paratéthys verdwenen uit het zicht, maar niet uit het landschap. Haar verhaal ligt opgeslagen in rotslagen, in fossiele walvissen op honderden kilometers van de kust, in vruchtbare grond en in de routes waarlangs herkauwers, olifanten en giraffenachtigen ooit trokken.
De geschiedenis van deze binnenzee laat zien hoe een groot ecosysteem kan ontstaan, overheersen en uiteindelijk verdwijnen, zonder dat de aarde erom stilvalt. Terwijl de zee krimpt, zoeken soorten nieuwe niches, ontstaan graslanden, veranderen migratiepaden. Uitsterven en innovatie lopen er naast elkaar.
De Paratéthys is daarmee zowel een herinnering aan de vergankelijkheid van zelfs de grootste watermassa’s als een voorbeeld van de veerkracht van het leven. Tussen de Alpen en Kazachstan echoot haar aanwezigheid nog in reliëf, bodem en biodiversiteit, onzichtbaar voor de reiziger die uit het raampje kijkt, maar blijvend ingeschreven in de aardkorst zelf.