Je hond als een kind behandelen lijkt normaal, maar kan volgens de neurowetenschappen zijn gedrag schaden
© Yesc.nl - Je hond als een kind behandelen lijkt normaal, maar kan volgens de neurowetenschappen zijn gedrag schaden

Je hond als een kind behandelen lijkt normaal, maar kan volgens de neurowetenschappen zijn gedrag schaden

User avatar placeholder
- 30/01/2026

Het is vroeg in de ochtend en op de keukenvloer ligt een hond, zijn kop rustend op de sok van zijn baasje. Koffie pruttelt. Iemand praat zachtjes tegen het dier, vraagt hem of hij goed geslapen heeft, of hij straks lekker wil wandelen. Voor velen begint de dag zo: handelingen, blikken en woorden die doen denken aan de zorg voor een kind. Steeds meer mensen lijken hun hond een rol in het gezin te geven die verder gaat dan alleen gezelschap. Maar waar ligt de grens tussen toewijding en projectie?

De blik die alles verandert

Onderweg in het park is het te zien. Honden die naar hun eigenaar opkijken met een open, bijna vragende blik. Het voelt meteen vertrouwd, teder bijna, zoals een kind de aandacht zoekt van een vertrouwd gezicht. Neurowetenschappers hebben ontdekt dat bij veel mensen precies dezelfde hersengebieden actief zijn wanneer ze hun hond aankijken als wanneer ze oog in oog staan met hun kind. Het lichaam maakt oxytocine aan, het zogeheten hechtingshormoon, dat een gevoel van veiligheid en verbinding geeft. Hond en baas groeien zo langzaam naar elkaar toe, ogenschijnlijk als familie.

Honden als kinderen: trend of nieuwe norm?

In huis staan hondenmanden op plekken waar ooit speelgoed lag. Ze krijgen verjaardagskado's, worden toegesproken in een zachte stem en hebben hun eigen rituelen rondom eten en slapen. Wat ooit gold als overdreven vertroeteling, lijkt nu een moderne norm. In Nederland – net als elders in Europa – voelt een groot deel van de mensen hun hond als een integraal gezinlid. Soms zelfs als hun "kind". Steeds vaker is deze pet-parenting houding zichtbaar bij jongvolwassenen. Aan de buitenkant lijkt het alleen maar lief.

Het gevaar van te veel menselijkheid

Toch schuilt er een spanning in deze ontwikkeling. Door een hond eigenschappen toe te dichten die we associëren met kinderen, wordt het steeds moeilijker het dier echt te lezen. Antropomorfisme – het toeschrijven van menselijke emoties aan dieren – verstoort het begrip van wat een hond werkelijk bedoelt. Een hond is geen kind, hoe sterk de band soms ook lijkt. Zijn gedrag, zijn uitdrukkingen, zijn reacties komen soms vertrouwd voor, maar zijn wortels liggen ergens anders. Wie te veel luistert met het hart en te weinig met kennis, kan signalen missen, of juist gedrag in de hand werken dat voor onbegrip zorgt. Elke reactie, zelfs goedbedoeld, heeft zijn weerslag.

Samenleven vraagt balans

Het samenleven met een hond vraagt dus om meer dan alleen mooie gevoelens. Verbondenheid is waardevol en soms hartverwarmend. Maar een hond verwacht duidelijkheid, grenzen, en het lezen van zijn specifieke lichaamstaal – niet alleen troost of verwondering. Liefdevol omgaan betekent dat je het verschil blijft zien tussen een kind en een dier, zelfs als hun blikken soms hetzelfde lijken. Want juist in dat onderscheid ontstaat een band waarin beiden zichzelf kunnen zijn.

Met deze inzichten in het achterhoofd verandert de ochtend in huis nauwelijks: de hond krijgt nog steeds aandacht, de deuren zwaaien open voor een wandeling. Maar de blik op het dier – en op de relatie – kan stilaan veranderen. Minder projectie, meer echt contact. Dat blijkt soms net zo bijzonder.

Image placeholder

Met 47 jaar ervaring in journalistiek, deel ik graag praktische tips en culturele inzichten die het dagelijks leven verrijken.

Plaats een reactie